Ontslagvergoeding
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een werkgever een werknemer wil ontslaan: • De werknemer had een contract voor bepaalde tijd en die tijd zit erop. Het bedrijf wil om welke reden dan ook het contract niet verlengen. • Het bedrijf vindt dat de werknemer niet goed functioneert of er is een arbeidsconflict ontstaan. Het bedrijf wil de werknemer kwijt. • De werknemer heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig vergrijp. Hij heeft bijvoorbeeld een collega bedreigd of gesjoemeld met zijn declaraties. Hij wordt op staande voet ontslagen. • Het bedrijf moet inkrimpen of reorganiseren. Voor een aantal werknemers is in de nieuwe situatie geen plaats meer. Bij een faillissement vloeit iedereen af. Einde arbeidsovereenkomst Als de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, is er voor de werknemer geen mogelijkheid om in beroep te gaan. Hij heeft ook geen recht op een ontslagvergoeding, al geeft de werkgever in een enkel geval wel eens iets mee. Disfunctioneren of arbeidsconflict Bij ontslag wegens disfunctioneren kan de werkgever: • een ontslagvergunning aanvragen bij Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI); • de kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. In de praktijk worden de eenvoudige gevallen via het CWI geregeld en komen de ingewikkelde gevallen bij de kantonrechter terecht. Alleen de kantonrechter mag beslissen over een ontslagvergoeding of gouden handdruk. Het CWI heeft wat dat betreft geen bevoegdheden. Als u via het CWI ontslagen bent, hebt u in principe alleen recht op een WW-uitkering. Als u vindt dat u wél recht hebt op een ontslagvergoeding, kunt u in beroep bij de kantonrechter. De kantonrechter stelt meestal de ontslagvergoeding vast met een speciale formule, de kantonrechtersformule. De vergoeding hangt vooral af van het maandsalaris en het aantal dienstjaren. Hoe hoger het maandsalaris en hoe groter het aantal dienstjaren, hoe hoger de ontslagvergoeding. Ontslag op staande voet Wie op staande voet ontslagen wordt, krijgt zelden een ontslagvergoeding mee. Hij zal zijn ontslag moeten aanvechten bij de kantonrechter, wil hij enige kans maken op een gouden handdruk. Als hij niet helemaal kansloos is, zal hij dat zeker ook doen. Het UWV, dat beslist over de WW-uitkeringen, zal er namelijk van uitgaan dat hij vrijwillig werkloos is en dus geen recht heeft op een WW-uitkering. Dus heeft hij een verklaring nodig dat het ontslag onterecht was. De kantonrechter kan alsnog een ontslagvergoeding toekennen als hij vindt dat de werkgever (ook) fout zat. Een enkele keer maakt hij het ontslag ook ongedaan, als de werkgever in zijn ogen te hard van stapel is gelopen. Inkrimping of reorganisatie Bij een inkrimping of reorganisatie wordt meestal een sociaal plan opgesteld. Daarin zijn onder andere de ontslagvergoedingen vastgelegd. Daar zullen de werknemers het mee moeten doen. Als een werknemer vindt dat hij onevenredig benadeeld wordt door die vergoeding, kan hij bij de kantonrechter een hogere vergoeding eisen. Bij een faillissement worden meestal geen ontslagvergoedingen toegekend. Niet omdat de werknemers er geen recht op hebben, maar domweg omdat het geld er niet is.
|